Ben jij moe, kom je aan zonder duidelijke reden, heb je het altijd koud, last van hersenmist of voel je je depressief, terwijl je huisarts zegt dat je schildklier prima werkt? Dan ben je niet de enige. En je hebt waarschijnlijk ook gelijk dat er iets niet klopt.
Het probleem zit niet in jou. Het zit in wat er gemeten wordt.
In dit artikel leg ik uit waarom een normaal TSH niet betekent dat je schildklier goed functioneert, welke mechanismen een huisarts standaard mist, en wat je wél zou moeten laten testen. Wil je eerst begrijpen hoe de schildklier en de HPT-as in zijn geheel werken? Lees dan dit artikel over schildklierproblemen en de oorzaak.
Wat meet TSH eigenlijk?
TSH staat voor Thyroid Stimulating Hormone, het hormoon dat de hypofyse aanmaakt om de schildklier aan te sturen. Een hoog TSH betekent dat de hypofyse harder moet trekken omdat er te weinig schildklierhormoon is. Een laag TSH betekent het tegenovergestelde.
Klinkt logisch, toch? Maar hier zit het probleem: TSH meet de communicatie tussen de hypofyse en de schildklier. Het zegt niets over wat er daarna gebeurt. Hoeveel actief schildklierhormoon er uiteindelijk in jouw cellen aankomt en zijn werk kan doen, dat meet TSH niet.
Wetenschappers concludeerden al in 2019 dat je niet kunt spreken van een goed werkende schildklier zolang er onvoldoende actief schildklierhormoon in je cellen aankomt, ongeacht wat je TSH doet. De klachten die je ervaart én de waarden fT3 en fT4 samen geven een veel betrouwbaarder beeld dan TSH alleen (Jonklaas et al., 2019). Toch is deze kennis nog lang niet doorgedrongen in de reguliere praktijk, waardoor veel mensen jarenlang met klachten rondlopen terwijl hun bloedonderzoek er ‘prima’ uitziet.
Daar komt nog iets bij: in de Nederlandse huisartsenpraktijk zijn er afspraken met laboratoria waarbij aanvullend onderzoek zoals fT4 pas automatisch wordt meegenomen als TSH afwijkend is. Waarden zoals fT3, rT3 en antistoffen worden in de meeste gevallen helemaal niet aangevraagd, tenzij een arts hier expliciet om vraagt. En dat gebeurt zelden, omdat de protocollen nog steeds zijn gebaseerd op TSH als primaire screeningstest. Het gevolg is dat veel artsen simpelweg niet de ruimte hebben om uitgebreider te testen, zelfs als ze dat zouden willen. Kwalijke zaak, als je het mij vraagt.
Dit betekent dat het probleem niet alleen zit in wat TSH wel of niet meet, maar ook in wat er überhaupt wordt aangevraagd. En precies daar ontstaat de blinde vlek: want zelfs als TSH normaal is, kunnen er verderop in het proces dingen misgaan die onopgemerkt blijven. Dat brengt ons bij het volgende mechanisme.
Het conversieprobleem: van T4 naar T3 naar rT3
De schildklier maakt voornamelijk T4 aan, de inactieve vorm van schildklierhormoon. Om effect te hebben in het lichaam moet T4 worden omgezet naar T3, de actieve vorm. Dit conversieproces vindt grotendeels plaats in de lever, maar ook in de darmen, nieren en andere weefsels.
Dit klinkt eenvoudig, maar er zijn twee problemen die dit proces kunnen verstoren:
Probleem 1: Te weinig actief T3
De omzetting van T4 naar T3 is afhankelijk van deiodinase-enzymen. Deze enzymen hebben selenium, zink en ijzer nodig om goed te werken. Een tekort aan één van deze stoffen kan de conversie al significant verminderen, met als gevolg dat je fT3 laag of laag-normaal is, ook al is je TSH perfect.
Probleem 2: Te veel reverse T3 (rT3)
Onder bepaalde omstandigheden zoals chronische stress, ontsteking, infectie, calorierestrictie, leverbelasting of ijzertekort, verschuift de conversie van T4 niet naar actief T3, maar naar reverse T3 (rT3). Reverse T3 is biologisch inactief, maar bindt wel aan dezelfde T3-receptoren in de cellen. Het blokkeert als het ware de toegang voor actief T3, waardoor het schildklierhormoon zijn werk niet kan doen.
Het resultaat is volledige schildklierklachten bij een normaal TSH én normaal T4. Dit wordt functionele hypothyreoïdie of rT3-dominantie genoemd.
Uit onderzoek bij 976 patiënten die werden behandeld voor een trage schildklier met T4-medicatie én een genormaliseerd TSH, rapporteerde maar liefst 15% aanhoudende vermoeidheid en schildklierklachten (Idrees et al., 2025, PLOS One). Het probleem lag bij verhoogd rT3, niet bij een falende schildklier, maar bij een verstoord conversieproces.
Waarom referentiewaarden misleidend zijn
Een tweede reden waarom veel mensen door de mazen van het net vallen zijn de referentiewaarden zelf. De normale range voor TSH in Nederland loopt doorgaans tot 4,0 of zelfs 5,0 mIU/L. Maar deze waarden zijn gebaseerd op het gemiddelde van een grote populatie, inclusief mensen met subklinische schildklierproblemen die nog niet zijn gediagnosticeerd.
Veel functioneel geneeskundigen, endocrinologen en therapeuten beschouwen een TSH boven 2,0 al als suboptimaal, zeker in combinatie met klachten. Fitzgerald et al. (2022) concludeerden in een uitgebreide review dat het huidige TSH-paradigma leidt tot zowel onderdiagnose als inadequate behandeling, en dat dit al vijftig jaar zo is (Fitzgerald et al., 2022, PMC12234311).
Hetzelfde geldt voor fT3. Een waarde die technisch binnen de referentierange valt kan voor jouw lichaam alsnog te laag zijn, zeker als je fT3 aan de onderkant van de range zit terwijl je rT3 aan de bovenkant hangt.
Wat je wél zou moeten laten testen
Een volledig schildklielpanel bestaat uit meer dan alleen TSH. Dit zijn de waarden die een compleet beeld geven:
Schildklierhormonen
- TSH – de standaardmeting, maar onvoldoende alleen
- Vrij T4 (fT4) – hoeveel inactief hormoon er beschikbaar is
- Vrij T3 (fT3) – hoeveel actief hormoon er daadwerkelijk circuleert
- Reverse T3 (rT3) – blokkeert T3-receptoren bij verhoogde stress of ontsteking
- fT3:rT3 ratio – een ratio onder 10 wijst op significante functionele hypothyreoïdie
Auto-immuniteit
- TPO-antistoffen (anti-TPO) – verhoogd bij de ziekte van Hashimoto, soms al jaren voordat TSH afwijkt
- TgAb-antistoffen – aanvullend bij vermoeden van auto-immuniteit
Cofactoren voor conversie
- Ferritine – ijzertekort verstoort de deiodinase-enzymen direct
- Selenium – essentiële cofactor voor T4→T3 conversie; een tekort is moeilijk precies te meten, maar bij aanhoudende conversieproblemen de moeite waard om te laten bepalen
- Vitamine D – laag vitamine D correleert met verminderde schildklierfunctie
Wil je weten welke van deze waarden bij jou zijn bepaald en wat de uitslagen betekenen? Bij een holistische bloedanalyse kijk ik naar het volledige plaatje, niet alleen TSH.
Oorzaken van slechte T4→T3 conversie
Als je fT3 laag is of je rT3 verhoogd, is de vraag altijd: waarom? Dit zijn de meest voorkomende oorzaken:
Chronische stress en verhoogd cortisol
Cortisol remt de activiteit van deiodinase-enzymen direct. Chronisch stress betekent chronisch verhoogd cortisol, wat de T4→T3 conversie structureel verstoort. Dit is een van de redenen waarom een burn-out en schildklierklachten zo vaak hand in hand gaan.
Laaggradige ontstekingen
Laaggradige ontstekingen, ook zonder duidelijke ziekte zichtbaar, verhogen ontstekingsbevorderende stofjes (cytokines) die de conversie richting rT3 duwen. Dit verklaart waarom mensen na een langdurige infectie vaak schildklierklachten ontwikkelen.
Ijzertekort
De deiodinase-enzymen die T4 omzetten naar T3 zijn deels afhankelijk van ijzer. Een laag ferritine, ook al is serumijzer normaal, kan de conversie al significant verminderen. Ook daarom is alleen het bepalen van serumijzer niet afdoende om in dit verhaal een conclusie te kunnen trekken.
Seleniumtekort
Selenium is een directe bouwsteen van de deiodinase-enzymen. Zonder voldoende selenium verloopt de conversie inefficiënt. Nederland heeft seleniumarme landbouwgrond, waardoor tekorten relatief vaak voorkomen.
Leverbelasting
Ongeveer 60% van de T4→T3 conversie vindt plaats in de lever. Een overbelaste lever, ook zonder verhoogde leverwaarden in standaard bloedonderzoek, kan de conversie verminderen.
Wat je zelf kunt doen
Als je vermoedt dat conversieproblematiek bij jou speelt, zijn dit de eerste stappen:
Stap 1: Laat een volledig schildklielpanel bepalen inclusief fT3, rT3 en antistoffen. Je kunt dit eerst bij je huisarts aanvragen, al is de kans aanwezig dat niet alle waarden worden meegenomen in de standaardaanvraag. Als dat het geval is, is een privélab een goede optie, want daar is uitgebreid schildklieronderzoek mogelijk zonder verwijzing. Bij een holistische bloedanalyse help ik je bij het bepalen welke waarden je het beste kunt laten testen, hoe je dit het beste kunt aanvragen bij je huisarts, en hoe je de uitslagen vervolgens kunt interpreteren.
Stap 3: Werk aan stressreductie en leverondersteuning. Chronisch verhoogd cortisol is een van de sterkste remmers van T4→T3 conversie. Dit is geen bijzaak maar een kern van het probleem.
Conclusie
Een normaal TSH sluit schildklierproblematiek niet uit. Het meet slechts één schakel in een complex systeem. De echte vraag is hoeveel actief T3 er in jouw cellen aankomt en of dat voldoende is voor een goed functionerend lichaam. Dat vraagt om een bredere blik op conversie, cofactoren, auto-immuniteit en de oorzaken die onder de oppervlakte liggen.
Wil je weten wat er bij jou speelt? Bij een holistische bloedanalyse kijk ik naar het volledige schildklielpanel én de waarden die daarmee samenhangen. Zo weet je precies waar in het proces het fout gaat en wat je eraan kunt doen.
Let op: Healthy body and mindset streeft ernaar om in haar materiaal altijd juiste en actuele informatie aan te bieden. Hoewel deze informatie met de hoogst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, staat Healthy body and mindset niet in voor de volledigheid, juistheid of actualiteit van de informatie. Bovendien kan deze informatieve blog verouderde informatie bevatten, afhankelijk van wanneer je deze leest. De informatie in deze blog is niet bedoeld om een diagnose te stellen en/of te genezen, te behandelen of ziekten te voorkomen. Deze informatie vervangt nooit de diagnostiek, verpleging en verzorging vanuit de reguliere gezondheidszorg. Bovendien bevat deze informatieve blog algemene informatie rondom onze gezondheid, voeding, suppletie en leefstijl en geen één-op-één advies. Het opvolgen van het gegeven advies is geheel op eigen risico. Wil je wel graag advies op basis van jouw situatie? Neem dan contact op.
Referenties
Jonklaas, J. et al. (2019). Clinical thyroidology: beyond the 1970s’ TSH-T4 paradigm. Frontiers in Endocrinology. PMC12234311
Idrees, T. et al. (2025). Reverse T3 in patients with hypothyroidism on different thyroid hormone replacement. PLOS One. doi:10.1371/journal.pone.0325046
Fitzgerald, S.P. et al. (2022). Does TSH reliably detect hypothyroid patients? PMC5847294
Wiersinga, W.M. (2019). Hypothyroidism: the difficulty in attributing symptoms to their underlying cause. PMC9939761
